Ga verder naar de inhoud

Woordenlijst voor patiënten met Crohn en colitis ulcerosa

Moeilijke medische woorden uitgelegd

A

Abces
Een ophoping van pus door een ontsteking of infectie. Bij de ziekte van Ziekte van Crohn kunnen abcessen ontstaan rond de anus, in de buik of in de darmwand.

Abcesdrainage
Een behandeling waarbij een arts een abces opent zodat de pus eruit kan.

Abdomen
De buik.

Abdominale pijn
Buikpijn. Een veelvoorkomende klacht bij Inflammatory Bowel Disease.

Absorptie
De opname van voedingsstoffen in de darm. Bij IBD kan dit verstoord zijn.

ADA (anti-drug antistoffen)
Antistoffen die het lichaam soms aanmaakt tegen biologische medicatie, waardoor die minder goed kan werken.

Adherentie
Hoe goed iemand zijn medicatie inneemt volgens het voorschrift van de arts.

Adhesies
Verklevingen in de buik, meestal na een operatie. Ze kunnen buikpijn of darmproblemen veroorzaken.

Albumine
Een eiwit in het bloed. Bij actieve IBD kan de waarde dalen door ontsteking of verlies via de darm.

Anemie
Bloedarmoede. Komt vaak voor bij IBD door ontsteking, bloedverlies of ijzertekort.

Anale stenose
Een vernauwing van de anus door ontsteking of littekenvorming. Komt vooral voor bij de ziekte van Crohn.

Anastomose
Een chirurgische verbinding tussen twee stukken darm na een operatie.

Anamnese
Het gesprek waarin de arts vraagt naar klachten, gezondheid en medische voorgeschiedenis.

Anesthesie
Verdoving tijdens een onderzoek of operatie.

Ankyloserende spondylitis
Een chronische ontstekingsziekte van de wervelkolom. Komt vaker voor bij mensen met IBD.

Anti-TNF
Een soort biologische medicatie die ontstekingen afremt. Vaak gebruikt bij matige tot ernstige IBD.

Ambulant
Behandeling zonder opname in het ziekenhuis.

Aften
Kleine pijnlijke zweertjes in de mond. Kunnen voorkomen bij IBD, vooral tijdens een opstoot.

Aspiratie
Het opzuigen van vocht of pus met een naald, bijvoorbeeld bij een abces.

Asymptomatisch
Zonder klachten, ook al is de ziekte aanwezig.

Atrofie
Het dunner of kleiner worden van weefsel door langdurige ontsteking of beschadiging.

Artralgie
Gewrichtspijn zonder duidelijke ontsteking. Komt vaak voor bij IBD.

Auto-immuunziekte
Een ziekte waarbij het immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt. IBD wordt vaak zo omschreven, al spreekt men meestal van een immuun-gemedieerde ontstekingsziekte.

Axiale artropathie
Ontsteking van gewrichten in de rug of het bekken. Komt vaker voor bij mensen met IBD.

Azathioprine
Een medicijn dat het immuunsysteem onderdrukt om ontstekingen te verminderen bij IBD.

B

Bijwerkingen
Ongewenste effecten van medicatie of een behandeling.

Biopsie
Een klein stukje weefsel dat wordt weggenomen voor onderzoek, bijvoorbeeld tijdens een coloscopie.

Biologische medicatie (biologicals)
Geneesmiddelen die gericht bepaalde delen van het immuunsysteem afremmen. Ze worden gebruikt bij matige tot ernstige Inflammatory Bowel Disease om ontstekingen te verminderen.

Biosimilar
Een geneesmiddel dat sterk lijkt op een bestaand biologisch medicijn en dezelfde werking heeft. Wordt gebruikt als alternatief binnen IBD-behandelingen.

Bloedarmoede
Een tekort aan rode bloedcellen of hemoglobine. Komt vaak voor bij IBD door ontsteking, bloedverlies of tekorten.

Botontkalking (osteoporose)
Een verzwakking van de botten waardoor ze sneller breken. Kan voorkomen bij IBD, bijvoorbeeld door langdurige ontsteking, tekorten of gebruik van cortisone.

Brain fog
Een wazig of traag gevoel in het hoofd, met moeite om te concentreren of helder te denken. Komt soms voor bij chronische ontsteking, vermoeidheid, slaaptekort of mentale belasting.

Buikopzetting / opgeblazen gevoel
Een gespannen of opgezwollen gevoel in de buik, vaak met winderigheid. Komt regelmatig voor bij IBD.

B12 (vitamine B12)
Een vitamine die belangrijk is voor energie, bloedaanmaak en zenuwen. Een tekort komt vaker voor bij de  Ziekte van Crohn, vooral wanneer de dunne darm ontstoken is.

C

Calprotectine (fecale calprotectine)
Een stof die gemeten wordt in de stoelgang om ontsteking in de darm op te sporen. Wordt vaak gebruikt om de activiteit van IBD op te volgen.

Capsule-endoscopie
Een onderzoek waarbij je een kleine camera in de vorm van een capsule inslikt. Die maakt beelden van de dunne darm.

Chronisch
Langdurig of blijvend. IBD is een chronische aandoening.

Colectomie
Een operatie waarbij een deel van of de volledige dikke darm wordt verwijderd.

Colitis
Ontsteking van de dikke darm.

Colitis ulcerosa
Een chronische ontstekingsziekte van de dikke darm en endeldarm. Het is één van de belangrijkste vormen van Inflammatory Bowel Disease.

Coloscopie
Een onderzoek waarbij de arts met een flexibele camera in de dikke darm kijkt om ontsteking of letsels op te sporen.

Colorectaal
Met betrekking tot de dikke darm en de endeldarm.

Collageencolitis
Een vorm van microscopische colitis waarbij er een verdikte laag bindweefsel (collageen) ontstaat in de wand van de dikke darm. Geeft vaak langdurige waterige diarree. De ontsteking is meestal niet zichtbaar tijdens een gewone coloscopie, maar wel onder de microscoop via biopsies.

Complicatie
Een extra probleem of gevolg van een ziekte of behandeling.

Constipatie
Verstopping, waarbij stoelgang moeilijk of minder vaak komt. Kan ook voorkomen bij sommige mensen met IBD.

Corticosteroïden (cortisone)
Medicatie die ontstekingen snel afremt. Wordt vaak gebruikt tijdens een opstoot van IBD.

CRP (C-reactief proteïne)
Een stof in het bloed die stijgt bij ontsteking. Een bloedtest die vaak gebruikt wordt om ontstekingsactiviteit bij IBD op te volgen.

CT-scan
Een radiologisch onderzoek dat beelden maakt van de buik en darmen.

Crohn, ziekte van
Een chronische ontstekingsziekte die overal in het spijsverteringskanaal kan voorkomen, van mond tot anus. Het is één van de belangrijkste vormen van Inflammatory Bowel Disease.

Cytokinen
Signaalstoffen van het immuunsysteem die een rol spelen bij ontsteking. Sommige IBD-medicijnen werken door deze stoffen te blokkeren.

D

Darmflora
De verzameling van bacteriën en andere micro-organismen in de darm. Ze spelen een belangrijke rol in de spijsvertering en het immuunsysteem.

Darmobstructie
Een verstopping of blokkade van de darm waardoor stoelgang en gas moeilijk doorgaan. Kan voorkomen bij de ziekte van Ziekte van Crohn door vernauwingen.

Darmperforatie
Een scheur of gat in de darmwand. Een ernstige complicatie die dringende behandeling vereist.

Depressie
Een langdurige sombere stemming, verlies van interesse of weinig energie. Mensen met Crohn of colitis hebben vaker mentale klachten zoals angst en depressie dan de algemene bevolking.

Diarree
Frequente of waterige stoelgang. Eén van de meest voorkomende klachten bij Inflammatory Bowel Disease.

Diagnose
De vaststelling van een ziekte op basis van klachten, onderzoeken en testresultaten.

Dieetist
Een zorgverlener die advies geeft over voeding. Bij IBD kan begeleiding helpen bij tekorten, klachten of aangepaste voeding.

Dilatie
Het verwijden van een vernauwd deel van de darm, meestal tijdens een endoscopie.

Distale colitis
Een vorm van Colitis ulcerosa waarbij vooral het laatste deel van de dikke darm ontstoken is.

Dunne darm
Het deel van het spijsverteringsstelsel waar voedingsstoffen worden opgenomen. Bij Crohn raakt de dunne darm vaak ontstoken.

Dysbiose
Een verstoring van het evenwicht van bacteriën in de darm. Wordt in verband gebracht met IBD.

Dysplasie
Afwijkende cellen in de darmwand die soms een voorstadium van kanker kunnen zijn. Daarom zijn regelmatige controles belangrijk bij langdurige IBD.

Dysfagie
Moeite met slikken. Geen typische IBD-klacht, maar kan soms voorkomen bij ontsteking hoger in het spijsverteringskanaal.

Dehydratatie
Uitdroging door verlies van vocht, bijvoorbeeld door diarree.

Duodenum
Het eerste deel van de dunne darm, vlak na de maag. Bij sommige mensen met Crohn kan hier ontsteking voorkomen.

E

Echografie
Een onderzoek met geluidsgolven om organen in beeld te brengen, bijvoorbeeld de buik of darmen.

Eiwittekort
Een tekort aan eiwitten in het lichaam. Kan voorkomen bij IBD door ontsteking, slechte opname of verminderde voeding.

Elektrolyten
Belangrijke mineralen in het lichaam, zoals natrium en kalium. Bij ernstige diarree kunnen deze uit balans raken.

Endeldarm (rectum)
Het laatste deel van de dikke darm, vlak voor de anus.

Endoscopie
Een onderzoek waarbij een arts met een flexibele camera in het spijsverteringskanaal kijkt.

Endoscopische remissie
Een situatie waarbij de darm er tijdens een kijkonderzoek rustig uitziet, ook als iemand vroeger ontsteking had. Dit is een belangrijk behandeldoel bij IBD.

Enterale voeding
Vloeibare voeding die via drinken of een sonde wordt gegeven. Soms gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Ziekte van Crohn.

Enteritis
Ontsteking van de dunne darm.

Episcleritis
Een ontsteking van het oogwit. Kan voorkomen als extra-intestinale klacht bij IBD.

ERCP
Een gespecialiseerd onderzoek van de galwegen en pancreas met een endoscoop. Soms nodig bij bepaalde complicaties die samen kunnen voorkomen met IBD.

Erythema nodosum
Pijnlijke rode knobbels onder de huid, meestal op de benen. Een mogelijke ontstekingsreactie bij IBD.

Extra-intestinale manifestaties
Klachten buiten de darm die samenhangen met IBD, bijvoorbeeld gewrichtspijn, huidproblemen of oogontstekingen.

Exacerbatie
Een opstoot of tijdelijke verergering van de ziekte.

Exclusieve enterale voeding (EEN)
Een behandeling waarbij iemand tijdelijk alleen speciale vloeibare voeding krijgt. Wordt vooral gebruikt bij kinderen met Crohn om ontsteking te verminderen.

Endeldarmontsteking (proctitis)
Ontsteking van de endeldarm. Komt vaak voor bij Colitis ulcerosa.

Endeldarmsparende chirurgie
Een operatie waarbij men probeert de endeldarm te behouden.

Eosinofiele colitis
Een zeldzame vorm van darmontsteking waarbij er veel eosinofielen, een bepaald type witte bloedcellen, aanwezig zijn in de wand van de dikke darm. Het is geen vorm van klassieke IBD zoals Crohn of colitis ulcerosa, maar kan vergelijkbare klachten geven zoals buikpijn en diarree.

Eosinofielen
Een soort witte bloedcellen die betrokken zijn bij afweerreacties en ontstekingen. Bij sommige aandoeningen kunnen ze verhoogd aanwezig zijn in de darm.

F

Fatigue
Ernstige vermoeidheid die niet verdwijnt door rust. Dit komt vaak voor bij IBD en kan samenhangen met ontsteking, bloedarmoede, pijn, slaap, angst of depressie.

Fecale calprotectine
Een stof die gemeten wordt in de stoelgang om ontsteking in de darm op te sporen en op te volgen bij Inflammatory Bowel Disease.

Ferritine
Een stof die aangeeft hoeveel ijzer het lichaam opgeslagen heeft. Wordt vaak gecontroleerd bij bloedarmoede.

Fistel
Een abnormaal gangetje tussen twee organen of tussen de darm en de huid. Komt vooral voor bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Fistelchirurgie
Een operatie om een fistel te behandelen.

Flatulentie
Winderigheid of extra gasvorming in de darm.

Flare (opstoot)
Een periode waarin de ziekte actiever is en klachten verergeren.

Flexibele sigmoïdoscopie
Een onderzoek waarbij de arts met een camera het laatste deel van de dikke darm bekijkt.

Foliumzuur
Een vitamine die belangrijk is voor de aanmaak van bloedcellen. Tekorten kunnen voorkomen bij IBD of door bepaalde medicatie.

FODMAP-dieet
Een voedingsaanpak waarbij bepaalde moeilijk verteerbare suikers tijdelijk beperkt worden om darmklachten te verminderen. Soms gebruikt bij blijvende buikklachten naast IBD.

Fibrose
Littekenvorming in de darm door langdurige ontsteking. Kan vernauwingen veroorzaken.

Fecestransplantatie
Een behandeling waarbij stoelgang van een gezonde donor in de darm wordt ingebracht om de darmflora te herstellen. Wordt nog onderzocht binnen IBD.

Frequentie van stoelgang
Hoe vaak iemand stoelgang heeft. Artsen vragen hier vaak naar om ziekteactiviteit in te schatten.

Fulminante colitis
Een ernstige, plots verergerende vorm van Colitis ulcerosa die dringende behandeling vereist.

Functionele darmklachten
Darmklachten zonder zichtbare ontsteking, zoals buikpijn of een opgeblazen gevoel. Kunnen ook voorkomen naast IBD.

G

Gastro-enteroloog
Een arts gespecialiseerd in ziekten van het spijsverteringsstelsel, zoals Inflammatory Bowel Disease.

Gastro-intestinaal
Met betrekking tot het spijsverteringsstelsel, van mond tot anus.

Galzouten
Stoffen die helpen bij de vertering van vetten. Bij Crohn in de dunne darm kunnen galzouten minder goed opgenomen worden, wat diarree kan veroorzaken.

Gewichtsverlies
Onbedoeld afvallen. Komt vaak voor bij actieve IBD door ontsteking, minder eetlust of slechte opname van voedingsstoffen.

Granuloom
Een ophoping van ontstekingscellen. Kan soms gezien worden bij de ziekte van Ziekte van Crohn tijdens onderzoek van een biopsie.

Gut microbiome (darmmicrobioom)
De bacteriën en andere micro-organismen die in de darm leven. Ze spelen een belangrijke rol bij de darmgezondheid en worden veel onderzocht bij IBD.

Glucocorticosteroïden
Ontstekingsremmende medicatie, ook vaak cortisone genoemd. Wordt gebruikt tijdens opstoten van IBD.

Gastro-enteritis
Een tijdelijke ontsteking van maag en darmen, meestal door een infectie. Verschilt van chronische darmontstekingen zoals IBD.

Geperforeerde darm
Een scheur of gat in de darmwand. Een ernstige complicatie die dringende medische hulp nodig heeft.

Gedeeltelijke remissie
Een periode waarin de klachten verbeteren, maar niet volledig verdwenen zijn.

Gewrichtsontsteking (artritis)
Ontsteking van gewrichten. Een veelvoorkomende extra-intestinale klacht bij IBD.

H

Hemoglobine
Een eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof vervoert in het lichaam. Een lage waarde kan wijzen op bloedarmoede.

Histologie
Onderzoek van weefsel onder de microscoop, bijvoorbeeld van een biopsie uit de darm.

Histologische genezing
Genezing die zichtbaar is onder de microscoop in biopsies. Vooral bij colitis ulcerosa wordt dit steeds vaker besproken als diepere vorm van genezing.

Hydratatie
Voldoende vocht in het lichaam houden. Belangrijk bij diarree en vochtverlies door IBD.

Hematochezie
Helderrood bloed bij de stoelgang. Komt vaak voor bij Colitis ulcerosa.

Hemorroïden
Aambeien, gezwollen bloedvaten rond de anus. Kunnen bloedverlies of pijn veroorzaken, maar zijn niet hetzelfde als IBD.

Hepatitis
Ontsteking van de lever. Kan soms voorkomen als bijkomende aandoening of als zeldzame bijwerking van medicatie.

Hepatoloog
Een arts gespecialiseerd in leverziekten.

Hypoalbuminemie
Een te laag gehalte aan albumine in het bloed. Kan voorkomen bij actieve IBD.

Hyperplasie
Een toename van het aantal cellen in weefsel. Kan gezien worden bij chronische ontsteking.

Hypersensitiviteit
Een overdreven reactie van het immuunsysteem, bijvoorbeeld op medicatie.

Huidmanifestaties
Huidklachten die samenhangen met IBD, zoals erythema nodosum of psoriasis.

Hospitalisatie
Opname in het ziekenhuis.

Histamine
Een stof die betrokken is bij ontstekingsreacties in het lichaam.

Hartburn (zuurbranden)
Een branderig gevoel achter het borstbeen door maagzuur. Geen typische IBD-klacht, maar kan voorkomen.

I

IBD (Inflammatory Bowel Disease)
Verzamelnaam voor chronische ontstekingsziekten van de darm, vooral de ziekte van Ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa.

IL-23-remmers
Nieuwe generatie doelgerichte medicatie die een ontstekingsstof, interleukine-23, blokkeert. Wordt gebruikt of onderzocht bij Crohn en colitis ulcerosa.

Ileum
Het laatste deel van de dunne darm. Bij Crohn is dit een vaak getroffen plaats.

Ileitis
Ontsteking van het ileum.

Ileocecale regio
De overgang tussen de dunne darm en de dikke darm. Een plaats waar Crohn vaak voorkomt.

Ileostoma
Een opening van de dunne darm via de buikwand waardoor stoelgang in een opvangzakje terechtkomt.

Immunosuppressiva
Medicatie die het immuunsysteem afremt om ontstekingen te verminderen bij IBD.

Immuunsysteem
Het afweersysteem van het lichaam. Bij IBD reageert dit systeem te sterk in de darm.

Infusie
Toediening van medicatie via een ader, bijvoorbeeld in het ziekenhuis of dagcentrum.

Inflammatie
Ontsteking.

Incontinentie
Moeite om stoelgang of windjes op te houden.

Intestinaal
Met betrekking tot de darm.

Intolerantie
Een reactie van het lichaam op bepaalde voeding of medicatie zonder dat het om een allergie gaat.

IJzertekort
Een tekort aan ijzer in het lichaam. Komt vaak voor bij IBD en kan leiden tot bloedarmoede.

Imaging
Verzamelnaam voor medische beeldvorming zoals MRI, CT-scan of echografie.

Intraveneus (IV)
Via een ader toegediend, bijvoorbeeld medicatie of vocht.

Irritatie van de darmwand
Prikkeling of ontsteking van de darm die klachten zoals buikpijn of diarree kan veroorzaken.

J

JAK-remmers
Een groep medicijnen die bepaalde ontstekingssignalen in het immuunsysteem blokkeren. Ze worden gebruikt bij matige tot ernstige Inflammatory Bowel Disease, vooral wanneer andere behandelingen onvoldoende werken. Deze medicatie wordt meestal in tabletvorm ingenomen.

J-pouch
Een inwendig reservoir dat chirurgen maken van de dunne darm na verwijdering van de dikke darm en endeldarm. Het neemt gedeeltelijk de functie van de endeldarm over en wordt vooral gebruikt bij Colitis ulcerosa.

Jejunum
Het middelste deel van de dunne darm. Bij sommige mensen met de ziekte van Ziekte van Crohn kan hier ontsteking voorkomen.

Jejunocolische anastomose
Een chirurgische verbinding tussen het jejunum en de dikke darm na een darmoperatie.

Jejunitis
Ontsteking van het jejunum, een deel van de dunne darm.

K

Kalium
Een belangrijk mineraal in het lichaam dat nodig is voor spieren, zenuwen en het hart. Bij ernstige diarree kan een tekort ontstaan.

Klysma
Vloeistof die via de anus in de darm wordt ingebracht. Kan gebruikt worden als voorbereiding op een onderzoek of als behandeling bij ontsteking van het laatste deel van de darm.

Kruktest
Onderzoek van stoelgang om ontsteking, infecties of bloed op te sporen. Bij IBD wordt vaak fecale calprotectine gemeten.

Klinische remissie
Een periode waarin iemand weinig of geen klachten heeft van IBD.

Klinische studie
Wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe behandelingen of medicatie.

Krampen
Pijnlijke samentrekkingen in de buik of darm. Komt vaak voor bij actieve darmontsteking.

Kunstvoeding
Voeding die speciaal samengesteld is om voldoende voedingsstoffen te geven wanneer normaal eten moeilijk gaat.

Kankercontrole
Regelmatige controles van de darm omdat langdurige ontsteking het risico op darmkanker licht kan verhogen.

Kortdarmsyndroom
Een aandoening waarbij een groot deel van de dunne darm ontbreekt of verwijderd werd, waardoor voedingsstoffen minder goed opgenomen worden.

Koorts
Verhoogde lichaamstemperatuur. Kan voorkomen bij actieve ontsteking, infectie of een abces.

L

Lactose-intolerantie
Moeite om melksuiker (lactose) te verteren. Kan buikpijn, diarree en een opgeblazen gevoel veroorzaken. Komt soms vaker voor bij mensen met darmproblemen.

Laparoscopie
Een kijkoperatie in de buik via kleine sneetjes in de huid.

Letsels
Beschadigingen of afwijkingen in de darmwand door ontsteking.

Leukocyten
Witte bloedcellen die helpen bij de afweer tegen infecties en ontsteking.

Littekenweefsel
Weefsel dat ontstaat na genezing van ontsteking of een operatie. In de darm kan dit vernauwingen veroorzaken.

Loperamide
Een medicijn dat diarree afremt. Niet altijd geschikt bij actieve ernstige ontsteking.

Lymfocyten
Een type witte bloedcellen dat betrokken is bij het immuunsysteem en ontstekingsreacties.

Lymfocytische colitis
Een vorm van microscopische colitis waarbij een verhoogd aantal ontstekingscellen in de darmwand aanwezig is. Geeft vaak langdurige waterige diarree.

Leverwaarden
Bloedwaarden die tonen hoe goed de lever werkt. Worden vaak gecontroleerd bij gebruik van bepaalde IBD-medicatie.

Low residue dieet (vezelarm dieet)
Een voeding met weinig vezels om de darm minder te belasten. Soms tijdelijk gebruikt bij vernauwingen of opstoten.

Luminaal
Binnenin de darm. Wordt gebruikt om aan te geven waar ontsteking zich bevindt.

Lokale therapie
Behandeling die rechtstreeks inwerkt op een bepaald deel van de darm, bijvoorbeeld zetpillen of klysma’s.

M

Maag-darmkanaal
Het volledige spijsverteringsstelsel, van mond tot anus.

Malabsorptie
Een probleem waarbij voedingsstoffen minder goed opgenomen worden in de darm. Kan voorkomen bij actieve Ziekte van Crohn of na darmoperaties.

Malnutritie
Ondervoeding of een tekort aan voedingsstoffen. Komt vaker voor bij langdurige darmontsteking.

Mesalazine (5-ASA)
Een ontstekingsremmend medicijn dat vaak gebruikt wordt bij Colitis ulcerosa.

Microscopische colitis
Een chronische ontsteking van de dikke darm die enkel zichtbaar is onder de microscoop via biopsies. Geeft vaak langdurige waterige diarree.

Migrerende gewrichtspijn
Gewrichtspijn die van plaats verandert. Kan voorkomen als extra-intestinale klacht bij IBD.

MRI-scan
Een onderzoek dat met magneten gedetailleerde beelden maakt van organen en darmen.

Mucosa
Het slijmvlies aan de binnenkant van de darm.

Mucosale genezing
Genezing van het darmslijmvlies. Dit is een belangrijk behandeldoel bij IBD.

Multidisciplinair team
Een team van verschillende zorgverleners, zoals artsen, verpleegkundigen en diëtisten, die samenwerken rond de behandeling.

Methotrexaat
Een medicijn dat het immuunsysteem afremt en gebruikt kan worden bij bepaalde vormen van IBD.

Motiliteit
De bewegingen van de darm die helpen om voedsel en stoelgang vooruit te duwen.

Microbioom
De verzameling bacteriën en andere micro-organismen in de darm. Speelt een belangrijke rol bij darmgezondheid en IBD.

Moeheid (vermoeidheid/fatigue)
Extreme vermoeidheid die niet verdwijnt met rust. Een veelvoorkomende klacht bij IBD.

Mondletsels
Ontstekingen of zweertjes in de mond die kunnen voorkomen bij IBD.

N

Naadlek
Een lekkage ter hoogte van een chirurgische verbinding tussen twee darmdelen na een operatie. Een ernstige complicatie die behandeling nodig heeft.

Nausea
Misselijkheid.

NPO (niets per os)
Medische term die betekent dat iemand tijdelijk niets mag eten of drinken.

NSAID’s
Ontstekingsremmende "niet steroïde" pijnstillers zoals ibuprofen of naproxen. Ze kunnen darmklachten of opstoten van Inflammatory Bowel Disease verergeren.

Nutritie
Voeding en voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft.

Nutritietekort
Een tekort aan belangrijke voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen of eiwitten.

Nevenwerking
Een ander woord voor bijwerking van medicatie.

Neutrofielen
Een type witte bloedcellen dat betrokken is bij ontstekingen en infecties.

Narrowing (vernauwing/strictuur)
Een vernauwing van de darm door ontsteking of littekenvorming. Komt vaak voor bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Nasogastrische sonde
Een slangetje via de neus naar de maag om voeding of medicatie toe te dienen.

Nocturne diarree
Diarree die ’s nachts voorkomt. Kan wijzen op actieve darmontsteking.

Nutrionele ondersteuning
Extra begeleiding of aangepaste voeding om tekorten en gewichtsverlies te voorkomen.

O

Obstructie
Een verstopping of blokkade van de darm waardoor stoelgang en gas moeilijk doorgaan.

Oedeem
Zwelling door ophoping van vocht in het lichaam. Kan voorkomen bij ernstige ontsteking of laag albumine.

Oesofagitis
Ontsteking van de slokdarm. Kan soms voorkomen bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Opstoot (flare)
Een periode waarin de ziekte actiever wordt en klachten verergeren.

Oraal
Via de mond ingenomen, bijvoorbeeld medicatie of voeding.

Osteopenie
Verminderde botsterkte, een voorstadium van osteoporose.

Osteoporose
Botontkalking waarbij botten brozer worden. Kan voorkomen bij IBD door ontsteking, tekorten of langdurig cortisonegebruik.

Ontsteking
Een reactie van het immuunsysteem waarbij roodheid, zwelling, pijn of schade ontstaat. Bij IBD gebeurt dit chronisch in de darm.

Ontstekingswaarden
Bloed- of stoelgangtesten die tonen hoeveel ontsteking aanwezig is in het lichaam.

Oogontsteking
Ontsteking van delen van het oog, zoals uveïtis of episcleritis. Kan voorkomen als extra-intestinale klacht bij IBD.

Opname
Verblijf in het ziekenhuis voor onderzoek of behandeling.

Operatieve resectie
Een operatie waarbij een ziek deel van de darm verwijderd wordt.

Opvolgconsultatie
Een controleafspraak bij de arts om klachten, onderzoeken en behandeling op te volgen.

P

Pancolitis
Een vorm van Colitis ulcerosa waarbij de volledige dikke darm ontstoken is.

Parenterale voeding
Voeding die rechtstreeks via een ader wordt toegediend wanneer eten via de darm tijdelijk niet mogelijk is.

Pathologie
Onderzoek van weefsel en cellen om afwijkingen of ontsteking vast te stellen.

Perianaal
Rond de anus.

Perianale fistel
Een abnormaal gangetje rond de anus. Komt vaak voor bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Perforatie
Een scheur of gat in de darmwand. Een ernstige complicatie die dringende behandeling vraagt.

Peristaltiek
De natuurlijke bewegingen van de darm die voedsel en stoelgang vooruitduwen.

Pouchitis
Ontsteking van een J-pouch. Kan optreden na chirurgie bij colitis ulcerosa.

Prednisolone / prednison
Cortisone-medicatie die ontstekingen snel afremt tijdens een opstoot.

Probiotica
Levende bacteriën die bedoeld zijn om de darmflora te ondersteunen.

Proctitis
Ontsteking van de endeldarm. Komt vaak voor bij Colitis ulcerosa.

Proctocolectomie
Een operatie waarbij de dikke darm en endeldarm verwijderd worden.

Prognose
De verwachte evolutie van een ziekte.

Pseudopoliepen
Goedaardige uitstulpingen van het darmslijmvlies die kunnen ontstaan na langdurige ontsteking.

Psychologische ondersteuning
Begeleiding om om te gaan met de mentale impact van een chronische ziekte zoals IBD.

Pijnscore
Een manier om aan te geven hoeveel pijn iemand ervaart.

Primair scleroserende cholangitis (PSC)
Een chronische ontsteking van de galwegen die vaker voorkomt bij mensen met IBD, vooral colitis ulcerosa.

Q

QoL (Quality of Life / kwaliteit van leven)
Een term die gebruikt wordt om te beschrijven hoe iemand zich lichamelijk, mentaal en sociaal voelt met een ziekte zoals Inflammatory Bowel Disease.

Quiescente ziekte
Een periode waarin de ziekte rustig is en weinig of geen actieve ontsteking aanwezig is.

Quick test
Een snelle bloedtest die onder andere gebruikt kan worden om de bloedstolling te controleren.

Quadrantpijn
Pijn in een bepaald deel van de buik. Artsen gebruiken dit om beter te begrijpen waar klachten zitten.

R

Rectum
De endeldarm, het laatste deel van de dikke darm vlak voor de anus.

Rectale bloeding
Bloedverlies via de anus. Komt vaak voor bij IBD.

Rectale therapie
Behandeling via de anus, bijvoorbeeld zetpillen, schuim of klysma’s.

Recidief
Het terugkomen van klachten of ontsteking na een periode van verbetering.

Remissie
Een periode waarin de ziekte rustig is en iemand weinig of geen klachten heeft.

Resectie
Een operatie waarbij een ziek deel van de darm verwijderd wordt.

Reumatoïde klachten
Gewrichtsklachten die samenhangen met ontsteking. Kunnen voorkomen bij IBD.

Roken
Roken verhoogt het risico op opstoten en complicaties bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Radiologie
Medische beeldvorming zoals RX, CT-scan of MRI.

Reflux
Het terugstromen van maagzuur naar de slokdarm, wat een branderig gevoel kan geven.

Rectosigmoïdoscopie
Een onderzoek waarbij het laatste deel van de dikke darm bekeken wordt met een camera.

Rehydratie
Het aanvullen van vocht en zouten bij uitdroging, bijvoorbeeld na ernstige diarree.

Risicofactor
Een factor die de kans op ziekte of complicaties verhoogt.

Richtlijn
Een medisch advies of aanbeveling gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

S

Sedatie
Medicatie die iemand rustiger of slaperig maakt tijdens een onderzoek zoals een coloscopie.

S1P-remmers
Medicatie in tabletvorm die bepaalde afweercellen tijdelijk uit de bloedbaan houdt, zodat ze minder ontsteking in de darm veroorzaken. Wordt gebruikt bij colitis ulcerosa.

Seton
Een dun draadje dat in een fistel geplaatst wordt om ontsteking en ophoping van pus te helpen voorkomen.

Sigmoïdoscopie
Een onderzoek waarbij de arts met een camera het laatste deel van de dikke darm bekijkt.

Slijmvlies
De binnenste laag van de darmwand. Bij IBD raakt dit ontstoken.

Sondevoeding
Vloeibare voeding die via een slangetje wordt toegediend wanneer normaal eten moeilijk gaat.

Spijsverteringsstelsel
Het geheel van organen dat betrokken is bij de vertering van voedsel, van mond tot anus.

Stenose
Een vernauwing van de darm door ontsteking of littekenvorming.

Stoma
Een kunstmatige opening van de darm via de buikwand waardoor stoelgang in een opvangzakje terechtkomt.

Stool sample (stoelgangstaal)
Een staal van stoelgang dat onderzocht wordt op ontsteking, infecties of bloed.

Stress
Spanning of mentale belasting. Stress veroorzaakt IBD niet, maar kan klachten wel verergeren.

Strictureplastie
Een operatie waarbij een vernauwde darm verbreed wordt zonder een deel van de darm weg te nemen.

Subcutaan
Onder de huid toegediend, bijvoorbeeld bepaalde biologische medicatie.

Sulfasalazine
Een ontstekingsremmend medicijn dat soms gebruikt wordt bij IBD en gewrichtsklachten.

Suppositorium
Een zetpil die via de anus wordt ingebracht om plaatselijk ontsteking te behandelen.

Systemische ontsteking
Ontsteking die invloed heeft op het hele lichaam en niet enkel op de darm.

Screening
Onderzoek om afwijkingen of complicaties vroegtijdig op te sporen.

Sepsis
Een ernstige reactie van het lichaam op een infectie. Kan optreden bij complicaties zoals een abces of perforatie.

Small molecules
Kleine medicijnen, meestal tabletten, die gericht ontstekingsprocessen blokkeren. Voorbeelden zijn JAK-remmers en S1P-remmers

T

Terminale ileum
Het laatste deel van de dunne darm. Een plaats die vaak ontstoken raakt bij de ziekte van Ziekte van Crohn.

Therapietrouw
Hoe goed iemand zijn medicatie en behandeling volgt zoals voorgeschreven.

TNF (tumornecrosefactor)
Een ontstekingseiwit in het lichaam dat een belangrijke rol speelt bij IBD. Sommige medicijnen blokkeren dit eiwit.

Tofacitinib
Een JAK-remmer die gebruikt kan worden bij matige tot ernstige Colitis ulcerosa.

Toxisch megacolon
Een ernstige complicatie waarbij de dikke darm sterk uitzet en ernstig ontstoken raakt. Dringende medische behandeling is nodig.

Transmurale ontsteking
Ontsteking die door alle lagen van de darmwand gaat. Typisch voor de ziekte van Crohn.

Transmurale genezing
Diepere genezing van de volledige darmwand. Vooral relevant bij Crohn, omdat de ontsteking daar door alle lagen van de darmwand kan gaan.

Treat-to-target
Een behandelstrategie waarbij men niet alleen kijkt naar klachten, maar ook naar meetbare doelen zoals calprotectine, CRP en genezing van het darmslijmvlies.

Triggervoeding
Voeding die bij sommige mensen klachten zoals buikpijn of diarree kan uitlokken of verergeren.

Trombose
Een bloedklonter in een bloedvat. Mensen met actieve IBD hebben een verhoogd risico hierop.

Transfusie
Het toedienen van bloed via een ader, bijvoorbeeld bij ernstige bloedarmoede.

Therapeutic drug monitoring (TDM)
Bloedonderzoek waarbij gemeten wordt hoeveel medicatie nog aanwezig is in het lichaam en of er antistoffen tegen de medicatie gevormd worden.

Topicale behandeling
Een behandeling die plaatselijk werkt, bijvoorbeeld via zetpillen, schuim of klysma’s.

Tenesmen
Het gevoel dringend naar het toilet te moeten terwijl er weinig of geen stoelgang komt.

Tapering
Het geleidelijk afbouwen van medicatie, bijvoorbeeld cortisone.

Thiopurines
Een groep medicatie die het immuunsysteem afremt, zoals azathioprine.

Transplantatie van darmflora
Een behandeling waarbij stoelgang van een gezonde donor wordt ingebracht om de darmflora te herstellen. Wordt nog onderzocht binnen IBD.

TL1A-remmers
Een nieuwe, nog verder onderzochte klasse van IBD-medicatie die een ontstekingseiwit blokkeert. Wordt onderzocht bij Crohn en colitis ulcerosa.

U

Ulceratie
Een zweer of beschadiging van het darmslijmvlies door ontsteking.

Ulcera
Meerdere zweren of open letsels in de darmwand.

Ultrasound (echografie)
Een onderzoek met geluidsgolven om organen en darmen in beeld te brengen.

Upadacitinib
Een JAK-remmer in tabletvorm die gebruikt kan worden bij matige tot ernstige IBD.

Urgentie
Plots dringend naar het toilet moeten. Een veelvoorkomende klacht bij Colitis ulcerosa.

Uveïtis
Een ontsteking in het oog. Kan voorkomen als extra-intestinale klacht bij IBD.

Uitdroging
Tekort aan vocht in het lichaam, bijvoorbeeld door diarree of braken.

Ulceratieve colitis
Een andere naam voor Colitis ulcerosa.

Uitslag van biopsie
Het resultaat van weefselonderzoek onder de microscoop.

Uitsluitingsdieet
Een dieet waarbij bepaalde voedingsmiddelen tijdelijk weggelaten worden om te kijken of klachten verminderen.

Urineonderzoek
Onderzoek van urine om bijvoorbeeld uitdroging, infecties of bijwerkingen van medicatie op te sporen.

V

Vaccinatie
Een prik die helpt beschermen tegen infecties. Bij gebruik van immunosuppressiva of biologische medicatie zijn bepaalde vaccinaties extra belangrijk.

Vedolizumab
Een biologische behandeling die ontstekingen in de darm helpt verminderen bij Inflammatory Bowel Disease.

Verklevingen
Littekenweefsel in de buik dat organen aan elkaar kan laten kleven, vaak na een operatie.

Vernauwing (strictuur)
Een smaller geworden deel van de darm door ontsteking of littekenvorming.

Voedingsstoffen
Stoffen uit voeding die het lichaam nodig heeft, zoals eiwitten, vitaminen en mineralen.

Voedingssupplementen
Extra vitamines, mineralen of voedingsproducten om tekorten aan te vullen.

Vitamine D
Een vitamine die belangrijk is voor botten en het immuunsysteem. Tekorten komen vaker voor bij IBD.

Vitaminegebrek
Een tekort aan bepaalde vitamines door ontsteking, slechte opname of voedingstekorten.

Vermoeidheid (fatigue)
Extreme moeheid die niet verbetert door rust. Een veelvoorkomende klacht bij IBD.

Vloeibare voeding
Speciaal samengestelde voeding in drankvorm die soms gebruikt wordt bij Crohn of bij voedingsproblemen.

Vochttekort
Een tekort aan vocht in het lichaam, bijvoorbeeld door diarree.

Verwijde darm
Een darm die abnormaal uitgezet is door ernstige ontsteking of obstructie.

Verhoogde ontstekingswaarden
Bloed- of stoelgangtesten die wijzen op actieve ontsteking in het lichaam.

W

Winderigheid
Extra gasvorming in de darm, vaak met een opgeblazen gevoel.

Weefselonderzoek
Onderzoek van een biopsie onder de microscoop om ontsteking of afwijkingen op te sporen.

Witte bloedcellen
Cellen die helpen bij de afweer tegen infecties en ontsteking.

Wondgenezing
Het herstel van weefsel na een operatie of ontsteking. Sommige IBD-medicijnen kunnen dit beïnvloeden.

Waterige diarree
Dunne, vloeibare stoelgang. Komt vaak voor bij actieve darmontsteking of microscopische colitis.

Welzijn
Hoe iemand zich lichamelijk en mentaal voelt. Chronische darmziekten kunnen een grote invloed hebben op het dagelijks leven.

Wisselende stoelgang
Afwisseling tussen diarree, normale stoelgang of constipatie.

Weke delen ontsteking
Ontsteking van huid of onderliggend weefsel, bijvoorbeeld rond fistels of abcessen.

X

X-thorax
Een radiografie van de borstkas. Kan soms gebeuren vóór de start van bepaalde IBD-medicatie om de longen te controleren.

X-ray (RX-foto)
Een onderzoek met röntgenstralen om beelden van het lichaam te maken, bijvoorbeeld van de buik of borstkas.

Xeljanz
De merknaam van tofacitinib, een JAK-remmer die gebruikt kan worden bij matige tot ernstige Colitis ulcerosa.

Y

Yersinia
Een bacterie die darmontsteking en diarree kan veroorzaken. De klachten kunnen soms lijken op die van Inflammatory Bowel Disease.

Z

Zetpil (suppositorium)
Medicatie die via de anus wordt ingebracht om plaatselijk ontsteking te behandelen, vooral bij Colitis ulcerosa.

Zink
Een mineraal dat belangrijk is voor het immuunsysteem en wondgenezing. Tekorten kunnen voorkomen bij langdurige diarree.

Zuurbranden
Een branderig gevoel achter het borstbeen door terugvloei van maagzuur.

Zweren (ulcera)
Open wondjes of beschadigingen in het darmslijmvlies door ontsteking.

Ziekteactiviteit
Hoe actief de ontsteking op dat moment is. Artsen volgen dit op via klachten, onderzoeken en bloed- of stoelgangtesten.

Ziekenhuisopname
Een verblijf in het ziekenhuis voor onderzoek, behandeling of opvolging.

Zeldzame bijwerking
Een ongewenst effect van medicatie dat weinig voorkomt, maar wel belangrijk kan zijn om op te volgen.

Zelfinjectie
Medicatie die iemand zelf onder de huid inspuit, bijvoorbeeld bepaalde biologische behandelingen.

Enkel voor leden

Webinar "Het ABC van IBD"

met dr. Clara Caenepeel
Meer lezen

Met de steun van deze sponsors Alle sponsors bekijken