Eline D.
Ziek zijn is geen cadeau. Of toch?
Het liefst een cadeau dat je onmiddellijk teruggeeft. Mooi ingepakt, met een grote rode strik errond.
Wie ziet dat je thuis bent, denkt misschien: "Wat een luxe, die heeft verlof." Maar ziek zijn is geen verlof. Geen plezierreisje. Het is een rugzak die je elke dag meedraagt, waarvan het gewicht vaak onzichtbaar blijft en waarvan de impact niet te onderschatten is.
#WelZiekGeenProfiteur
Ik was net 26. In de fleur van mijn leven. Ik had een fantastische job als psycholoog en loopbaancoach, waar ik enorm veel energie uit haalde. Ik werd omringd door fijne collega's, vrienden en familie.
Work hard, play hard. Dat was mijn motto.
Tot mijn lichaam daar anders over besliste.
Van de ene dag op de andere kreeg ik de diagnose pancolitis, Mayo 3, de zwaarste graad van colitis ulcerosa.
Nooit eerder had ik opstoten gehad. Sterker nog, ik kende de ziekte helemaal niet.
Tijdens mijn ziekenhuisopname beklom ik de Kilimanjaro, liep ik een marathon en maakte ik een parachutesprong, ondanks mijn hoogtevrees. Allemaal tegelijk. Zo voelde het tenminste.
Mijn lichaam werkte keihard. Mijn hoofd nog harder.
Er waren vragen over de toekomst, onzekerheid en tegelijk dat typerende stemmetje in mijn hoofd: Trust the process.
De dobbelsteen was geworpen. Het aantal ogen dat ik gegooid had, werd mijn vertrekpunt.
Te nemen of te laten.
Vanaf dat moment maakten vermoeidheid en pijn deel uit van mijn dagelijkse realiteit.
Mijn grootste troef? De mensen rondom mij.
Ik herinner me nog goed hoe mijn bazin Ella, die op het werk een beetje mijn tweede mama was en de bezielster van onze organisatie, met bloemen langskwam in het ziekenhuis, waar ik anderhalve maand verbleef.
Ze kwam niet alleen voor de administratie, maar vooral voor een warm, oprecht gesprek.
Het bleef niet bij dat ene bezoek. Ze kwam vaker langs en zei dat ze op mij zou wachten.
Die woorden betekenden meer dan ze ooit zal beseffen.
Tijdens mijn afwezigheid werd er een vervanger aangenomen en na vier maanden kon ik progressief opnieuw starten, met de focus op wat ik graag deed: mensen ondersteunen en in hun kracht zetten.
Bij ziek zijn hoort soms ook een vorm van geluk. Niet omdat je ziek bent, maar omdat je ontdekt wie verder kijkt dan een diagnose.
Je bent immers meer dan patiënt.
Je bent een persoon.
Een collega.
Een professional.
Een diagnose doet niets af aan wie je bent, aan je talenten of aan de manier waarop je in het leven en in je werk staat.
Al denken sommigen daar helaas anders over.
Plots lijk je samen te vallen met je ziekte.
Aan alle lotgenoten wil ik daarom zeggen: niets is minder waar.
Onzichtbaar ziek zijn betekent dat mensen niet zien wat je lichaam elke dag doet om gewoon te functioneren.
Ze zien niet hoeveel moeite het kost om 'normaal' mee te kunnen draaien in deze maatschappij.
Ze zien de vermoeidheid en de pijn niet.
De keuzes die je voortdurend moet maken.
Steeds nagaan waar het dichtstbijzijnde toilet is, ook in periodes dat het beter gaat.
De alertheid.
Het anticiperen op wat komen gaat.
Omgaan met de onzekerheid van het onvoorspelbare.
Dat je probeert door te zetten, omdat je zo graag wil.
#IedereenWilGewoonWerken
Dit is geen verhaal van rozengeur en maneschijn.
Wel eentje met een gouden randje, omdat ik in alles iets goeds probeer te ontdekken.
Ik leerde dat open communicatie, oprechte kwetsbaarheid en duidelijk aangeven waar je grenzen en noden liggen, ook tegenover een werkgever, een wereld van verschil maken.
Je kan moeilijk begrip verwachten als niemand weet wat er speelt.
Ben ik dan nooit tegen een muur gelopen?
Natuurlijk wel.
In de eerste plaats botste ik op de strijd tussen de grenzen van mijn lichaam en de koppigheid van mijn hoofd.
Wel willen, niet kunnen.
De tragedie van zoveel mensen met een chronische aandoening.
Grenzen leren kennen.
Erover gaan.
Gas terugnemen.
Opnieuw proberen.
Vallen en weer opstaan.
En vooral: leren luisteren naar mezelf.
In 2018, zeven jaar na mijn diagnose, stopte de organisatie waar ik werkte. Ik moest opnieuw solliciteren. Op zoek naar een nieuwe professionele thuis.
Deze keer mét een rugzak waarin mijn diagnose zat en de realiteit dat ik enkel progressief kon opstarten.
Over mijn sollicitatieaanpak heb ik nooit getwijfeld. Ook niet over mijn keuze om te blijven kiezen voor voltijdse jobs.
Door mijn persoonlijke ervaring had ik me gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met een chronische aandoening of kanker rond levensvragen in de werkcontext.
Vaak ging het over re-integratie, heroriëntatie of de communicatie met een huidige of toekomstige werkgever.
Dat was de richting waarin ik verder wilde.
Toch herinner ik me één sollicitatie nog bijzonder goed. Alleen al eraan denken bezorgt me nog steeds een knoop in mijn maag.
Ik botste er op een subtiele mix van onbegrip, onkunde en onwil om verder te kijken dan de beperking.
Ironisch genoeg ging het over een functie in de zorg, waarin re-integratie en inclusie centraal stonden.
De vraag was niet wat ik wél kon, maar of ik het allemaal wel zou aankunnen als ik niet voltijds aanwezig kon zijn.
Terwijl mijn verleden al lang bewezen had dat ik dat kon, mits voldoende tijd om te recupereren.
Ja, soms moest ik tijdens een gesprek plots naar het toilet spurten.
Ja, mijn gezicht vertrok soms van de pijn.
Ja, ik was moe omdat ik 's nachts meer dan tien keer opstond en overdag opnieuw even vaak naar het toilet moest.
Toch stond ik er, elke dag opnieuw.
Open communicatie over de impact van mijn ziekte, niet over de diagnose zelf, bleek telkens opnieuw mijn grootste bondgenoot.
Achteraf bekeken ben ik zelfs dankbaar voor die sollicitatie.
Ze maakte duidelijk dat ik daar nooit gelukkig zou zijn geworden.
En ze bracht me uiteindelijk bij GTB.
Ondertussen werk ik er al bijna acht jaar.
Mijn collega's kennen mijn situatie, maar in de eerste plaats ben ik gewoon hun collega.
Ik krijg de vrijheid en flexibiliteit om mijn werk zo te organiseren dat het haalbaar én duurzaam blijft.
In tijden van corona was dat zelfs een nog grotere meerwaarde.
Op dat moment werkte ik in een functie die volledig van thuis uit kon gebeuren.
Mijn lichaam liet verplaatsingen nauwelijks toe, maar vanuit mijn appartement kon ik toch elke dag het verschil blijven maken.
Ondertussen heb ik sinds 2022 een pouch.
Die heeft mijn leven ingrijpend veranderd, in de positieve zin.
Pas na elf jaar kon ik die beslissing nemen.
Niet omdat ik ze niet wilde, maar omdat ik eerst alle andere mogelijkheden een kans wilde geven.
Toen alle opties uitgeput waren, voelde het niet langer als een nederlaag, maar als de juiste volgende stap.
Vandaag kijk ik met dankbaarheid terug op die beslissing.
Nog steeds gedragen door een fantastisch artsenteam in UZ Gent.
In mijn dagelijkse praktijk ontmoet ik mensen die, net als ik, willen werken en botsen op gezondheidsdrempels.
Werk is zoveel meer dan een inkomen.
Het geeft structuur, zingeving, eigenwaarde en verbondenheid.
Daarom loont het om verder te kijken dan een diagnose.
Kijk naar de mens.
Naar diens talenten, wensen en dromen.
Vraag niet alleen wat iemand niet meer kan, maar vooral wat wél mogelijk is.
Mensen met een chronische aandoening ontwikkelen vaak vaardigheden die je niet op een cv terugvindt: veerkracht, creativiteit, relativeringsvermogen, probleemoplossend denken, doorzettingsvermogen en empathie.
Zie die kwaliteiten niet als uitzondering.
Erken ze als troef.
Mijn uitnodiging aan werkgevers en beleidsmakers is eenvoudig:
Durf verder te kijken dan de diagnose.
Want achter elke chronische aandoening zit in de eerste plaats een mens.
#WelZiekGeenProfiteur